Par. 5.3 “ZZS en overige zorgstoffen”
Opnieuw toepassen van met chroom-6 behandelde staalelementen die vrijkomen bij sloop

Vanuit het beleid voor circulaire economie is het wenselijk te stimuleren dat staalelementen (binten, platen e.d.) die bij sloop vrijkomen, worden ingezet in nieuwe bouwprojecten, als ze daar technisch geschikt voor zijn en de inzet ook verantwoord is voor mens en milieu.
Om vrijgekomen staalelementen in te zetten in nieuwe toepassingen moet worden voldaan aan één van de volgende kaders: de einde-afval-verordening voor staalschroot (Verordening EG/333/2011), in het geval de vorige houder zich van de staalelementen na vrijkomen heeft ontdaan; een beoordeling voorafgaand aan de sloop als niet-afvalstof als de houder wil aantonen dat hij zich niet van de bij selectieve sloop vrijkomende elementen gaat ontdoen. De houder moet dan aantonen dat het gebruik zeker, rechtmatig en voldoende hoogwaardig is. Voor alle voorwaarden en voor hoe dit moet worden aangetoond: zie Afvalstof of niet-afvalstof van dit CMP.
Bij beide beoordelingen moet worden gelet op onder meer een eventuele verflaag/coating op de staalelementen zoals bijvoorbeeld een oude verflaag waar chroom-6 in zit. Verordening (EG) Nr. 1907/2006 (REACH) stelt vergaande beperkingen aan het in de handel brengen of zelf gebruiken van chroom-6 als stof of mengsel. In nieuwe verf is chroom-6 onder REACH grotendeels verboden. REACH verbiedt echter niet het in de handel brengen van staalelementen die geen afval (meer) zijn en waar nog oude lagen chroom-6 verf op zitten.
Uiteraard moeten de arboregels bij het werken met chroom-6 geverfd staal in acht genomen worden. De werkgever moet de blootstelling van werknemers aan chroom-6 (en andere giftige stoffen, zoals lood) beoordelen en ervoor zorgen dat die onder daartoe geldende grenswaarden blijft. Zie voor meer informatie het Arboportaal: Chroom-6 | Arboportaal. Hierop is ook het “Beheersregime chroom-6 en andere gevaarlijke stoffen” te vinden.