In 2030 beschikt Nederland hoogstwaarschijnlijk over ruim voldoende zonnepanelen en on- en offshore windturbines om het duurzame-energiedoel van het Klimaatakkoord te bereiken. Dat laat het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) weten in de Monitor RES 2025.

Gemeenten, provincies en waterschappen, verenigd in een dertigtal regio’s, moeten volgens het Klimaatakkoord 2019 garant staan voor minimaal 35 terawattuur (TWh) aan duurzame energie per 2030. Het PBL verwacht dat dat haalbaar is, mede gelet op de actuele tussenstand van 31,4 TWh. Hieraan wordt de komende jaren nog zeker 4,3 TWh toegevoegd als projecten die nu worden uitgevoerd, straks worden opgeleverd.
Om het duurzame-energiedoel van het Klimaatakkoord binnen bereik te brengen, trekken gemeenten, provincies en waterschappen in regionaal verband op in de zogeheten RES-regio’s (Regionale Energie Strategie). In totaal zijn in Nederland 30 van deze regio’s actief. Hun ambities reiken verder dan de afgesproken 35 TWh. De gemeenschappelijke aspiratie is om vanaf 2030 55 TWh aan elektra uit wind, zon en water te kunnen opwekken. PBL looft dat streven, maar schat in dat 2030 daarvoor te vroeg komt.
Toewerken naar 55 TWh
‘We weten dat nog veel meer stroom nodig is als we op dezelfde manier willen blijven wonen, werken en ons verplaatsen. Daarom is die ambitie van 55 TWh ook zo belangrijk. In 2030 wordt die zeker niet behaald. Maar daar moeten we in de jaren naar toewerken’, aldus Peter Derk Wekx, de waarnemend directeur van het Nationaal Programma RES. Via dit programma biedt de landelijke overheid ondersteuning aan de dertig regio’s bij hun plannen en activiteiten. PBL is belast met de monitoring van de voortgang.
Wekx weet hoe ’t komt dat 55 TWh per 2030 vooralsnog te hoog gegrepen is: ‘De regio’s hebben continuïteit nodig in beleid en financiën van het Rijk. Alle wisselingen in kabinetten van de afgelopen jaren hebben nou niet echt geholpen.’ ‘Ze worstelen met de realisatie van hun plannen’, vult PBL-onderzoeker Meike Kool aan. ‘Dat zit ‘m in de congestie van het elektriciteitsnet, de vertragingen in de vergunningverlening, belemmerende regels en een gebrek aan geschikte locaties voor nieuwe duurzame-energieprojecten’.
35 TWh al best bijzonder
Het Planbureau voor de Leefomgeving voorziet dat ’t in 2030 mogelijk is om zo’n 42 TWh elektriciteit op duurzame wijze te winnen. Het bureau houdt wel een ruime slag om de arm: ’t kan meevallen en oplopen tot 46 TWh, ’t kan tegenvallen en stoppen bij 38 TWh. In alle scenario’s wordt het doel van het Klimaatakkoord – 35 TWh – in elk geval ruimschoots bereikt.
‘Het is best bijzonder dat een overheidsdoel binnen de gestelde termijn daadwerkelijk wordt behaald’, vindt Peter Derk Wekx. Maar de programmadirecteur meent ook dat er nog stappen moeten worden gezet. Om het actuele probleem van de netcongestie het hoofd te bieden of zelfs mede op te lossen, zouden vraag en aanbod van stroom dichter bij elkaar moeten worden gebracht. ‘Als je lokaal stroom opwekt én gebruikt, hoeft je ‘t niet over lange afstanden te transporteren.’ Wekx pleit voor ‘prijsprikkels’ om dit te stimuleren. ‘Hetzelfde geldt voor het delen van stroom met je buren, maak dat aantrekkelijker.’
• Het rapport ‘Monitor RES 2025’ is hier gratis te downloaden.