CO2-emissie Nederlandse industrie naar bijna nul in 2040? Het kan.

Het is technisch haalbaar om de uitstoot van CO2 door de Nederlandse industrie per 2040 te hebben teruggebracht naar bijna nul. Zo luidt de conclusie van het onderzoek dat CE Delft heeft uitgevoerd in opdracht van Natuur & Milieu. Om bijna nul te bereiken, is wel een ‘snelle, stevige regie van de overheid nodig en een helder nationaal afbouwpad voor fossiele brand- en grondstoffen’.

Impressie toekomstige duurzame staalproductie bij Tata Steel in IJmuiden met behulp van DRI en elektro-ovens.

De komende jaren komt de CO2-emissie door de Nederlandse industrie naar verwachting nog aanzienlijk boven het ETS-plafond uit, zo blijkt uit het onderzoek. Het ETS-plafond is de maximale totale hoeveelheid CO2-emissierechten die elk jaar in het EU-emissiehandelssysteem beschikbaar is.

In het kader van Fit for 55 wordt dit plafond elk jaar steeds iets verlaagd, bijvoorbeeld met zo’n 4,3% per jaar tussen 2024 en 2030. Ook de gratis rechten worden geleidelijk afgebouwd. Hiermee wil de EU de industrie, maar ook de luchtvaart en de energiesector, aanzetten tot het verminderen van hun uitstoot zodat in 2030 een reductie van 55% is behaald en in 2040 bijna nul, om uiteindelijk in 2050 klimaatneutraal te zijn.

Sturing op innovatie, infrastructuur en hergebruik

Vooralsnog lijkt het doel van bijna nul in 2040 voor de industrie buiten bereik, constateert het onderzoek. Met alle kostenverhoging en risico’s van dien voor de industriële sector zelf. Om in de pas te blijven lopen met het Europese klimaatbeleid en het 2040-doel te halen, is een versnelde afbouw van de uitstoot noodzakelijk.

Volgens Marjolein Demmers, directeur van Natuur & Milieu, kán de industrie veel sneller vergroenen, maar dan dient de overheid actief te sturen op innovatie, infrastructuur en hergebruik. De inzet van kolen, aardolie en gas moet gestuurd worden afgebouwd en plaatsmaken voor waterstof en elektriciteit uit wind en zon.

Als dat gebeurt, kan de uitstoot per 2040 daadwerkelijk op bijna nul uitkomen, zónder dat industriële productie op grote schaal vertrekt naar het buitenland.

Nationaal fossiel afbouwpad

Om dat gunstige scenario te volgen, moet de industrie wel binnen afzienbare tijd over meer duurzame energie kunnen beschikken. Om te voorzien in de groeiende behoefte aan ‘groene’ elektriciteit en waterstof, moet het vraagstuk van de netcongestie worden opgelost en de winning van energie uit wind op zee doorgroeien. Ook moet industriële ondernemingen meer zekerheid worden geboden als ze willen investeren in waterstof.

De afbouw van olie, gas en kolen vergt moed, maar zorgt voor een toekomstbestendige industrie die ook beter bestand is tegen geopolitieke energiecrises’, aldus Marjolein Demmers van Natuur & Milieu. De organisatie roept het kabinet op om een duidelijke route vast te stellen voor het afbouwen van het gebruik van fossiele brandstoffen en grondstoffen. ‘Een nationaal fossiel afbouwpad geeft bedrijven de zekerheid die nodig is om nu te investeren in schonere productie, zodat de klimaatdoelen gehaald kunnen worden’.

• Het rapport van onderzoek ‘Afbouw fossiele brand- en grondstoffen in de industrie’ van CE Delft is hier kosteloos als PDF te downloaden